Rechtrichten

Wat en waarom

"Je paard loopt scheef, probeer hem recht te rijden!" is tegenwoordig een veel gehoorde kreet. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Bij het rechtrichten van uw paard gaat het er niet om, om hem strak tussen je been en teugels 'recht' te rijden. Rechtrichten is geen quick-fix, maar een weldoordacht jarenplan. Veel paarden hebben door de huidige manier van rijden blessures ontwikkeld die de oorsprong vinden in het niet-rechtgericht zijn van het paard. Deze blessures ontstaan, naast de natuurlijke bouw en 'mankementen' van het paard, door onkunde en onwetendheid van de ruiter.

Zoals elk mens van nature links- of rechtshandig is, is ook elk paard dat. Het paard heeft zogenaamd een moeilijke en makkelijke kant.

linksgebogen

Hier zie je een linksgebogen paard. Deze heeft van nature aan de rechterkant lange spieren en aan de linkerkant korte spieren. De rode lijn geeft de korte spieren aan, deze zijn erg stijf en moeten zich lang kunnen gaan maken. De groene lijn geeft de lange spieren, deze zijn vaak erg slap en kunnen zich moeilijk aanspannen en korter worden.
 

rechtsgebogen

Hier zie je een rechtsgebogen paard. Deze heeft van nature aan de linkerkant lange spieren en aan de rechterkant korte spieren. Voor deze geld hetzelfde als voor het linksgebogenpaard. De rode lijn geeft de korte en stijve spieren aan en de groene lijn de lange en slappe spieren. De lange spieren moeten leren zich aan te spannen en korter te worden en de korte spieren moeten leren zich op te rekken.

 

scheefopvolte

Met een rechtsgebogen paard zal linksom -meestal- moeilijker gaan. De korte, stijve spieren van het paard komen aan de buitenkant en de lange, slappe spieren aan de binnenkant. Op de volte linksom moet hij de spieren aan de buitenkant oprekken, wat voor hem erg moeilijk is.
Op een volte wil de ruiter dat het paard om zijn binnenbeen heen buigt en dus aan de binnenkant hol wordt en aan de buitenkant bol wordt, dit is voor het rechtsgebogen paard linksom op de volte haast onmogelijk, omdat hij zijn spieren aan de binnenkant niet aanspant en kort maakt. Het rechrichten is erg belangrijk om onder andere een correct ronde volte te kunnen rijden. 

 

goed op volte Hier zie je een paard dat correct buigt op de volte. De binnenspieren zijn kort en aangespannen en de buitenspieren maken zich lang. Op deze wijze kan voelt het voor de ruiter alsof het paard om het binnenbeen heen buigt.
Doordat het paard de binnenspieren kort maakt, draagt hij het ruitergewicht met zijn buikspieren. Doet hij dit niet dan zal hij de ruiter met zijn rugspieren gaan dragen, wat op den duur erg pijnlijk en schadelijk voor het paard is.
rechtpaard Het doel van het rechtrichten is om de spieren aan beide kanten even sterk te maken. De spieren moeten zich aan beide kanten evenveel kunnen oprekken als kunnen aanspannen. De spieren worden soepel en sterk, zodat het gemakkelijk naar beide kanten kan buigen en het paard een rechte lijn kan lopen, zonder naar een kant te 'trekken'.

De drie basiselementen van het rechtrichten

Er zijn drie basiselementen die een voorwaarde zijn bij het rechtrichten. Namelijk:

 Deze zal ik nader toelichten:

lengtebuiging

Lengtebuiging 
Is de buiging van de wervelkolom. De blauwe lijn geeft de correct lengtebuing aan. De buiging begint bij de eerste halswervel in de atlas draaier tot aan de laatste wervel in de staartwortel.
Het is voor een paard niet mogelijk gelijkmatig in de wervelkolom te buigen, omdat de de ribben weinig buigzaam zijn. De meeste buiging zal plaatsvinden in de hals en lendenen. Bij een correcte lengtebuiging zullen de staartwervels ook mee buigen. Dus bij een oefening met een buiging naar rechts, zal de staart ook naar rechts hangen. Dit is een controle of het paard correct buigt en de oefening met losgelatenheid in zijn lichaam uitvoert.
Door de lengtebuiging komen de binnenschouder en binnenheup dichter bij elkaar, waardoor het paard met zijn binnenbeen onder de massa kan treden.

confex-concaaf



Voorwaarts neerwaarts
Om ons op een correcte manier te kunnen dragen moet het paard zijn buikspieren aanspannen en zijn rug loslaten. Het paard moet ten alle tijden een voorwaarts neerwaartse tendens hebben, waarbij hij dus steeds de hand wil zoeken en zijn rug loslaat.

Op het bovenste plaatje: een paard dat de rug aanspant en dus een holle bovenlijn maakt. Op het onderste plaatje: een paard met een correcte voorwaarts neerwaartse houding. Hij maakt de bovenlijn lang en spant zijn buikspieren aan.

Het paard mag tijdens deze fase niet met zijn hoofd achter de loodlijn komen, zie de blauwe lijn in het plaatje.

 

ondertreden


Ondertreden van het achterbeen
Doordat het paard zijn binnenbuikspieren aanspant en zijn buitenspieren lang maakt komen zijn binnenheup en binnenschouder dichter bij elkaar, waardoor het paard met zijn binnenbeen onder de massa kan treden.

Het blauwe puntje is het zwaarste punt van het paard. Als je bij wijze van spreken daar een singel omheen doet en hem daaraan ophangt, zal hij in evenwicht hangen.
Gewicht kun je het makkelijkst dragen door recht onder het zwaartepunt te tillen, daarom is het belangrijk dat een paard zijn achterbeen onder het zwaartepunt neerzet. Dit zal op den duur het minst schadelijk zijn voor het paard, op welk niveau dan ook (van recreatie tot topsport).

Dit was een korte inleiding van het rechtrichten, voor meer informatie klikt u op onderstaande links.